Cito -De wereld in je bol

Bezoekersadres:
Hoofdgebouw:
Nieuwe Oeverstraat 50

De Wereld in je bol is een leer-, oefen- en toetsprogramma voor de topografie van Nederland, Europa en de Wereld.

Leerlingen van groep 6, 7 en 8 kunnen met het programma op een aantrekkelijke manier topografie leren, oefenen en toetsen. Vliegen met een zeppelin of vliegtuig, varen met een boot, rijden met een vrachtauto of trein en op die manier spelenderwijs aardrijkskundige namen leren. In Nederland, Europa en de rest van de wereld. En niet alleen leren, maar ook oefenen. Er is een schoolversie en een versie voor thuis.

Met het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) selecteerde de Citogroep honderd Nederlandse, honderd Europese en honderd aardrijkskundige namen uit de rest van de wereld. Via de cd-rom wordt aardrijkskundige kennis meteen toegepast. Omdat er een versie voor school en één voor thuis is, zorgt ‘De wereld in je bol’ voor een naadloze overgang van leren op school naar spelen thuis. Het programma geeft meteen aan of een opdracht goed of niet goed is uitgevoerd. Verder kan op school met de schoolversie getoetst worden of een leerling de topografie echt in de bol heeft.

Bij Leren raadplegen de leerlingen en atlasje om te weten te komen waar de naam van een stad, water of gebied op de kaart geplaatst moet worden of welke naam bij een stad, water of gebied op de kaart hoort.
Bij Oefenen reizen de leerlingen met bestelauto, trein, vliegtuig, schip of zeppelin en verbeteren – eventueel met behulp van de atlas – spelenderwijs hun kennis van topografie.
Bij Toetsen ontbreekt de atlas en gaan de leerlingen na of zijn ‘de wereld in hun bol’ hebben. Zij worden uitgedaagd om hun kennis van de topografie in realistische contexten toe te passen.

De leerling werkt in de loop van groep 6, 7 en 8 zelfstandig aan De wereld in je bol. Het programma houdt bij welke vorderingen de leerling daarbij maakt.

De Wereld in je bol is gebaseerd op de topografielijst voor het basisonderwijs van de Citogroep en sluit daarmee aan op het toetspakket Wereldoriëntatie uit het Leerlingvolgsysteem en de Eindtoets basisonderwijs.

Didactische aanwijzingen
Doel van het topografieonderwijs is dat leerlingen een mentale atlas met de namen van werelddelen, landen, plaatsen, rivieren en gebergten opbouwen. Maar een atlas die dicht blijft, heeft weinig nut. Daarom moeten kinderen ook leren om hun mentale atlas in uiteenlopende situaties te gebruiken. Dat gebeurt in het programma De wereld in je bol, maar dat is niet voldoende. Bij de verdere opbouw en gebruik van de mentale atlas is het voorbeeld van de leerkracht en de methode van groot belang. Voor goed topografieonderwijs gelden enkele regels.
Biedt topografie zoveel mogelijk in een functionele context aan.
De Rijn is meer dan een lijntje op de kaart van Europa, zij brengt het smeltwater van de Alpen en het regenwater van grote delen van Zwitserland, Frankrijk, Duitsland en Nederland naar de zee. Plaatsen in Nederland zijn meer dan stippen op een kaart, het zijn steden die via snelwegen en spoorlijnen verbonden zijn met de woonplaats van de leerlingen. New York is meer dan de naam van een grote stad in de Verenigde Staten, het is de belangrijkste stad van de wereld met kantoren van de Verenigde Naties en de belangrijkste internationale bedrijven.
De mentale atlas wordt op deze manier niet alleen gevuld met kennis over de ligging van steden, landen, rivieren en bergen, maar ook met belangrijke informatie over het landschap dat je er aantreft en de mensen die er wonen. Topografische kennis gekoppeld aan begripsmatige kennis is niet alleen veel interessanter voor leerlingen, ze beklijft ook beter.

Oefen topografische kennis regelmatig.
Steeds wanneer een belangrijke topografische naam ter sprake komt tijdens de (aardrijkskunde)les en daarbuiten, moet de leerkracht nagaan of de naam ook op de mentale kaart van de leerlingen voorkomt.

Gebruik kaarten.
Kaarten kunnen bij het topografieonderwijs niet gemist worden. Daarom mag in geen enkel klaslokaal een wandkaart van de wereld ontbreken en moeten leerlingen altijd in de gelegenheid zijn om namen in een atlas op te zoeken. Topografieonderwijs kan heel goed gecombineerd worden met onderwijs in kaartlezen. De opdracht: ‘Via welke rivieren en landen vaar je van Rotterdam naar de Zwarte Zee? ‘ leert kinderen niet alleen kaartlezen (de juiste kaart in de atlas selecteren, landen en rivieren identificeren), maar versterkt ook hun mentale kaart van dit deel van de wereld.

Zorg voor een stimulerende omgeving.
Behalve wandkaarten zijn er vele andere manieren om via de aankleding van het klaslokaal en het schoolgebouw de mentale atlas te stimuleren, bijvoorbeeld pijlen die wijzen naar Amsterdam, Maastricht en Groningen.
Topolijst
Een groot aanbod van namen, zoals we aantreffen in sommige aardrijkskundemethoden voor het basisonderwijs, is weinig zinvol. Een kleinere lijst geeft meer mogelijkheden om de regels voor goed topografieonderwijs toe te passen. Voor het basisonderwijs lijkt een aanbod van ongeveer 30 (exclusief namen in de eigen omgeving) haalbaar.

Prijs: onbekend

Kijk voor meer informatie op: www.cito.nl

Installatie:

Het gaat hier om stand alone software die op elk werkstation geinstalleerd moet worden.
De mogelijkheid om data via het netwerk te delen zijn nog onbekend.
Werkt wel onder de menuschermen.